Patatje mét

Als ik de jaarlijkse friettest van het AD mag geloven (22 april 2017), dan worden de frietjes steeds verser en lekkerder, wat blijkt uit het feit dat de eerste 77 plaatsen in het klassement worden ingenomen door verse-friet bakkers. Helaas blijven er aan het eten van friet ook nadelen kleven.

De discussie richt zich onder meer op het wel of niet schillen van het meest bespoten product: de aardappel. Nu laat ik ook de olie waarin gefrituurd wordt maar even buiten beschouwing en richt me op acrylamide. Het AD: “Acrylamide is een stofje dat in levensmiddelen ontstaat als de in het product aanwezige suikers verbranden, bijvoorbeeld door frituren. Hoe bruiner de friet, hoe meer verbrande suikers.  De hoeveelheid acrylamide varieert per aardappelsoort. Of een aardappel een goede frietaardappel is, kan van de hoeveelheid acrylamide afhangen. In een studie van enkele jaren geleden concludeerde de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid EFSA dat acrylamide een gevaar voor de volksgezondheid kan betekenen. De stof wordt ervan verdacht kankerverwekkend te zijn. Sindsdien geldt het advies niet boven 175 graden te frituren en niet te donker af te bakken. De levensmiddelenindustrie gaat uit van het principe ‘zo laag als redelijkerwijs haalbaar’.

Eén maatregel daarbij is het blancheren van de aardappel. Alle grote producenten gebruiken deze techniek. Punt is wel dat daardoor ook de specifieke aardappelsmaak afneemt. Ook de Rotterdamse aardappelgroothandel H.G. Heezen vraagt vanuit zijn (vak)kennis met klem om aandacht voor de problematiek rondom acrylamide. “Het selecteren van de juiste frietaardappel is een van de factoren om acrylamide in friet te verminderen. Aardappelrassen die zich lenen voor biologische landbouw zijn helaas minder geschikt als frietaardappel, waardoor genoemde  acrylamidevorming hier in sterkere mate aanwezig is en vaak goed zichtbaar is bij een biologisch frietje”. Heezen wil waarschuwen tegen wat hij noemt ‘de verheerlijking van bruin gebakken friet’. “Of deze biologisch is of niet maakt geen verschil”.

Alles bij elkaar lijkt het niet onverstandig met mate van een patatje te genieten. Patatje mét? Nog matiger! Lees er ook over in hoofdstuk 6 van Stille Slopers: Brood, daar zit wat in!?

Gezonde geiten (?) en de Q-koorts

Geiten zijn heel gezonde dieren – in hun natuurlijke omgeving. Iets anders wordt het wanneer deze dieren met duizenden tegelijk in megastallen worden (op)gefokt. De geitencyclus draait op volle toeren. Wat dat is? Ondernemers krijgen tot drie keer zoveel geld voor geitenmelk als voor koemelk. En het ANP meldt (18 april 2017): “Geitenmelk, geitenkaas en geitenyoghurt winnen aan populariteit. Volgens de Nederlandse Geiten Zuivel Organisatie (NGZO) is er vorig jaar 300 miljoen kilo geitenmelk geproduceerd. In 2000 was dat nog 75 miljoen kilo.” Dus wat doen ondernemers? Die gaan nog meer investeren in geitenbedrijven.

En dan – in 2007 – breekt de Q-koorts uit, veroorzaakt door een bacterie die de geiten bij zich dragen en overdraagbaar is op mensen. Er vallen doden, er raken mensen geïnvalideerd. Megastallen worden ‘geruimd’, dat betekent dat die dieren massaal worden afgemaakt. Maar ‘we‘ hebben een oplossing gevonden: verplicht  vaccineren. Is dat waterdicht? Ook bij een mutatie van de bacterie? En ondervinden die beesten daar geen nadelige gevolgen van? En wat kost dat allemaal? Want: niet iedereen wordt er toch ziek van? Nee, en waarom niet?

Omdat sommige mensen een goede weerstand hebben en andere niet. En die laatsten worden het slachtoffer. Collateral Damage, wordt geaccepteerd. Slachtoffers hebben zich verenigd en procederen tegen de staat. Tot nu toe verloren. Op 20 april 2017 om 18.33 uur krijgt het ANP in de gaten dat ze de kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer (what’s in a name…) in hun bericht van 13.47 uur nog ombudsman genoemd hebben. Zij sprak met zeven patiënten tussen de elf en achttien jaar: “Het was indrukwekkend. Ze zijn niet alleen moe, maar lijden aan migraine, voelen zich misselijk en zijn vaak overprikkeld, wat een beetje lijkt op ADHD. Daar bovenop komt dat ze een onduidelijk perspectief hebben: kunnen ze wel of niet naar school, kunnen ze een opleiding aan, hoe komen ze aan een baan en wat vertellen ze een werkgever?” Volgens Kalverboer zien sommige jongeren de toekomst zo somber in dat ze er depressief van worden. Ze stuiten nog vaak op onbegrip, zegt ze.

De Q-koortsproblematiek speelt dus nu al tien jaar! Zoals ik hiervoor schreef: de geitencyclus draait op volle toeren. En dat betekent dat er op enig moment overproductie zal ontstaan met kelderende prijzen, dat er subsidie regelingen in het leven worden geroepen, dat er uitkoopregelingen worden bedacht, enzovoort. Je kunt er op wachten. De sector is inmiddels zo groot geworden, dat als het fout gaat, de problemen niet meer beheersbaar lijken. Oud-GGD arts Jos van der Sande zegt dan ook: “Het is onbegrijpelijk dat wij toelaten dat er grote stallen gebouwd worden, en ook nog eens in deze hoeveelheid.

Update 16 juni 2017: Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) publiceerde op 16 juni 2017 dit bericht: “Vaker longontstekingen in de buurt van veehouderijen“. Met name gaat het over geitenhouderijen en pluimveehouderijen.

Update 23 juni 2017: Op 22 juni 2017 publiceerde het AD over twee pagina’s een artikel: “10 Jaar Q-koorts, een stille ramp“. De krant schrijft: “Uiteindelijk zouden in Nederland naar schatting misschien wel 100.000 mensen besmet raken. Het grootste deel werd niet ziek of genas vrij snel. Maar zo’n 800 tot 1000 mensen bleven chronisch moe en ontwikkelden het Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS). Daarnaast zijn er nog eens honderden mensen bekend die chronische Q-koorts hebben. Vaak gaat het om mensen uit risicogroepen. Van de mensen die overlijden aan Q-koorts heeft het grootste deel de chronische variant. Volgens een database van het Universitair Medisch Centrum Utrecht zijn zeker 74 mensen overleden. Het is aannemelijk dat het er in werkelijkheid (veel) meer geweest zijn. Er waren en zijn immers ook chronische Q-koortspatiënten die nooit een diagnose hebben gehad.” Het is een grof schandaal: bestuurlijk (bagatelliseren) en medisch onvermogen. Lees eens het boek van dokter Thomas Levy: “Het ongeneeslijke genezen“. Het Brabants Dagblad heeft een project – het Q-koorts Monument – opgezet van interviews met 20 nabestaanden.

Update 24 juni 2017: De apen komen langzaam uit de mouwen. Roel Coutinho, hoogleraar Life Sciences, voorheen directeur infectieziekten-bestrijding van het RIVM, zegt in een interview met De Gelderlander op 23 juni 2017 onder meer: “Er wordt altijd wel gezegd: volksgezondheid staat voorop. Maar in de praktijk is dat niet meteen zo. Er waren economische belangen, daar moet je eerlijk over zijn. De afweging is dan: nu ingrijpen of nóg beter uitzoeken hoe het zit. Zo was het ook bij de Q-koorts. En ja, er is een politiek-bestuurlijke afweging gemaakt die achteraf grote nadelige gevolgen heeft gehad voor de Q-koortspatiënten. Dat is hard, maar waar.” De toenmalige landbouw-minister Gerda Verburg (CDA) hield zich voor de journalist onbereikbaar. En de toenmalige gezondheid-minister Ab Klink (CDA) stelde tegenover de journalist dat de huidige minister staatsrechtelijk verantwoordelijk is ‘voor het beleid van toen en de gevolgen ervan‘.

Update 15 juli 2017: Er komt toch “een vorm van tegemoetkoming” voor Q-koortspatiënten. Het demissionaire kabinet reserveert daar 10 miljoen euro voor en kondigde vrijdag 14 juli 2017 aan ook een begin te maken met het uitwerken van een regeling. “Het kabinet is zich er zeer van bewust dat Q-koorts grote gevolgen heeft gehad: mensen zijn ernstig ziek geworden, zelfs overleden. Het kabinet wil komen tot een vorm van tegemoetkoming als gebaar ter erkenning van de grote gevolgen die Q-koortspatiënten hebben ondervonden“. Lees hier het gehele bericht.

Update 19 augustus 2017: Historica Dr. (Dr. per 21/9/2017) A.F. Haalboom publiceerde in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) een artikel onder de titel: “Was de uitbraak van Q-koorts een verrassing?” (08-2017). Hieruit citeer ik het volgende:

Historisch onderzoek laat zien dat Nederland gedurende de 20ste eeuw steeds op dezelfde manier is omgegaan met zoönosen* die bij productiedieren voorkomen. Het landbouwdomein had het primaat bij de bestrijding van deze ziekten. Het volksgezondheidsdomein verkreeg weliswaar een secundaire verantwoordelijkheid, maar die bleek ontoereikend om de bevolking tegen zoönosen te beschermen.”

De macht van het ‘groene front’ is weliswaar afgenomen en het belang van de humane gezondheid is in het maatschappelijke debat juist toegenomen, maar toch hebben de volksgezondheidsautoriteiten niet meer zeggenschap gekregen over de bestrijding van zoönosen.”

Aan de ene kant won gezondheid aan belang in de publieke opinie. Maar aan de andere kant kregen infectieziekten -die de gehele bevolking bedreigden- in de jaren negentig minder prioriteit dan de individuele gezondheidszorg en de daaraan gekoppelde kostendiscussies en medisch-ethische kwesties. Ook de institutionele positie van de veterinaire volksgezondheid verzwakte, bijvoorbeeld door het verdwijnen in 1997 van de Veterinaire Hoofdinspectie, die ressorteerde onder de minister van VWS. Desondanks verliep de bestrijding van BSE** in Nederland probleemloos, omdat volksgezondheids- en exportbelangen dit keer niet haaks op elkaar stonden, maar om dezelfde drastische bestrijdingsmaatregelen vroegen.”

Idealiter zijn het niet alleen belangenbehartigers en deskundigen die over de machtsverhoudingen tussen landbouw (veeteelt) en volksgezondheid beslissen, maar ook burgers: zij zijn de potentiële slachtoffers van uitbraken van zoönosen. Maar is dat mogelijk, zolang we niet weten welke uitbraak de volgende is?

* Zoönosen zijn infectieziekten die van (productie)dier op mens worden overgedragen.
** BSE: gekkekoeienziekte.

Aan het einde van het artikel verwijst Dr. Haalboom naar het op 22 september 2017 te houden symposium “One Health: verleden, heden en toekomst van zoönosen”, voorlopig programma:

Voorlopig programma symposium 22 september 2017

Update 31 augustus 2017: Provincie Gelderland neemt spoedbesluit: geen enkele uitbreiding meer van de geitenhouderij. Dit met het oog op de volksgezondheid. Zie dagblad Trouw.

En natuurlijk roept dit weerstand op bij belanghebbenden, zie Boerderij en  de reacties bij het artikel. Wil je meer informatie hierover, dan is de zoekmachine aangewezen!

Update 23 maart 2018: Het Radboudumc in Nijmegen is er volgens een bericht op de website (22 maart 2018)  – alleen in het Engels, godbetert, mogen de getroffenen het niet lezen? – trots op, dat de resultaten van hun Q-koorts onderzoek wijdverspreid door de media onder de aandacht zijn gebracht. En wat heeft dat onderzoek uiteindelijk opgeleverd? Epidemioloog Ellen van Jaarsveld zegt er dit van: “Wij kunnen niet zeggen dat behandelen geen effect heeft, maar als de getroffenen niet waren behandeld had het er waarschijnlijk niet beter uitgezien”. Kromspraak in optima forma, vind ik. Bij patiënten met chronische Q-koorts nemen de klachten met de jaren toe. Het lijkt een progressieve ziekte te zijn. En verder ben ik van mening dat een optimale behandeling niet heeft plaatsgevonden. In mijn boek ‘Stille Slopers’ leg ik een en ander uit. Wel promoveert iemand op het onderzoek. Dat is Stephan Keijmel natuurlijk van harte gegund. Zou niemand op het idee komen zich af te vragen hoe je het immuunsysteem van deze in de steek gelaten mensen zou kunnen versterken en hun weerstand zou kunnen vergroten?

Methaan manipulatie

Op bladzijde 8 van Stille Slopers beschrijf ik dat de agrarische lobby erin geslaagd is om de methaanuitstoot buiten de nieuwe Europese richtlijn (2016) te houden.

Klimaatjournalist Han van de Wiel heeft zich een half jaar verdiept in de uitstoot van het gevaarlijke broeikasgas methaan. Nederland stoot veel meer broeikasgas uit dan de overheid beweert. Hier leest u zijn onthullende artikel dd 18 april 2017.

Tennis en Tarwe

Een sportbericht op NU.nl dd 7 april 2017: “Geslaagde rentree Djokovic in Davis Cup”.

Die Djokovic, die was al eens eerder in het nieuws met gezondheidsproblemen. Wat was er aan de hand? Preventiecardioloog William Davies schreef er in het voorwoord van het boek van Djokovic “Eten om te winnen” het volgende over:

Ondanks de hindernissen die hij moest overwinnen (de oorlog in het voormalige Joegoslavië, WZ), werd deze kampioen toch bijna gevloerd door iets. Dat iets was moderne tarwe. (…) De finale tegen Rafael Nadal bij de Australian Open van 2012 was een heel ander verhaal. Djokovic speelde soepel, zelfverzekerd en hij beheerste de wedstrijd. In één woord briljant. Hoe was die transformatie mogelijk? Heel eenvoudig. Djokovic had de hindernissen om mentaal en fysiek te pieken weggenomen door precies het tegenovergestelde te doen wat een conventioneel voedingsadvies voorschrijft: hij schrapte de ‘gezonde volle granen’ uit zijn dieet. (…) Hoe kan het schrappen van een alomtegenwoordig deel van het menselijk dieet – tarwe zit in vrijwel al het voorbewerkte voedsel – de prestaties van een atleet naar nieuwe hoogten stuwen, zodat hij zijn mentale en lichamelijke potentieel volledig kan benutten? Dat is precies de vraag die ik (Davies, WZ) de laatste jaren van mijn loopbaan heb willen begrijpen: waarom kan moderne tarwe, het product van genetische manipulatie door genetici en de landbouwindustrie, mentale en lichamelijke prestaties schaden ongeacht iemands talent, vermogen of drive? Ik heb het in ontstellende mate zien gebeuren. Moderne tarwe kan de spijsvertering aantasten, waardoor kwalen ontstaan, van brandend maagzuur  tot colitis ulcerosa en andere maag- en darmklachten. Het kan ontstekingen veroorzaken (stijve gewrichten en pijn) en auto-immuunziekten (reumatoïde artritis en de ziekte van Hashimoto). Het kan psychiatrische aandoeningen zoals paranoia en schizofrenie aan het licht brengen of verergeren en gedragsproblemen en leerbeperkingen bij kinderen met een autisme-spectrumstoornis veroorzaken. Het kan voor gewichtstoename zorgen, vooral rond de buik, door het unieke eetlustopwekkende effect, waardoor zelfs sporters die acht uur per dag trainen overgewicht krijgen. Het kan sportprestaties verslechteren door een van bovengenoemde en vele andere aandoeningen te veroorzaken, met daar bovenop nog een ‘wattig’ gevoel in het hoofd, vermoeidheid en hormonale verstoringen en het kan uiteindelijk een lichamelijke en emotionele achtbaan veroorzaken, die iedereen, op elk moment kan treffen.” Aldus cardioloog Davies.

In hoofdstuk 6 van Stille Slopers ‘Brood, daar zit wat in!?’ lees je er meer over. En in hoofdstuk 15 ‘De vreetzame drietrapsraket’ lees je de uitweg!

Helft mensen chronisch ziek

In Stille Slopers (hoofdstuk 1: Hoe blijft een mens gezond?!) staat dat volgens het RIVM het aantal chronisch zieke mensen zal stijgen van vijf miljoen in 2015 naar zeven miljoen in 2030. Van die zeven miljoen zullen drie miljoen mensen twee of meer chronische ziekten hebben.

Deze enorme stijging van twee miljoen chronisch zieke mensen – in zo’n relatief korte tijd van vijftien jaar – zou toch tot enige verontrusting moeten leiden, zou je zeggen. Maar: wel of niet chronisch ziek, alles hangt natuurlijk af van je definities. Dat blijkt maar weer uit deze overheidswebsite, waaraan het volgende ontleend is.

Niet alle mensen met een chronische ziekte komen daarvoor jaarlijks bij de huisarts. Zou je die wél meetellen, dan hadden op 1 januari 2014 – schrik niet – 8,2 miljoen mensen één of meer chronische ziekten. Gedefinieerd als ‘over het algemeen geen uitzicht op volledig herstel’. De helft van de bevolking! En nog verontrustender: “Toch ligt de prevalentie onder personen jonger dan 40 jaar ook al rond de 30%”.

Hoog tijd om geïnformeerd te raken en zonodig je leefstijl aan te passen, zoals in het boek Stille Slopers wordt beschreven!

Vitamine D favoriet

Van 2-5 februari 2017 bezochten 43.262 mensen de Nationale Gezondheidsbeurs in Utrecht. Bezoekers konden op de beurs en ook online onder meer een stem uitbrengen op hun favoriete voedingssupplement. Dat werd vitamine D. Het ANP berichtte op 5 februari: “Vitamine D verkozen tot Supplement van het Jaar“, gevolgd door een update op 6 februari. Dat kon de Stichting Voedingscentrum niet over haar kant laten gaan. De woordvoerster herhaalt al jaren hetzelfde mantra: “Vitamine D is letterlijk het enige supplement dat naast gezonde voeding wordt aanbevolen aan bepaalde groepen, zoals zwangere vrouwen, baby’s, ouderen en mensen met een donkere huidskleur“. Maar al die mensen worden zelf geacht uit te zoeken hoevéél vitamine D dan wel…?

Zo’n ‘advies’ blijft dus geheel in de lucht hangen. Het Voedingscentrum: “Wie gezond eet heeft geen tekorten“. Maar als je Stille Slopers gelezen hebt, komt je tot heel andere opvattingen… En NU.nl publiceerde het verhaal op 7 februari 2017 met de kop: “Voedingssupplementen: hoe gezond en noodzakelijk zijn ze nu echt?” Maar wat gebeurde er een paar dagen later bij de update op 10 februari? Het artikel bleef hetzelfde maar de kop van het stukje werd vervangen: “Voedingssupplementen volgens experts ‘alles behalve nodig’.” Zou de redactie van NU.nl zelf op het idee gekomen zijn om de kop van het stukje te vervangen? En wie zijn die experts? Dat is er één: de woordvoerster van het Voedingscentrum.

In hoofdstuk 5 van Stille Slopers (Zonlicht en vitamine D, de herontdekking van de eeuw) kun je lezen:

  • wat het belang is van een goede vitamine D status
  • hoe en waar je de vitamine D status kunt laten meten
  • wat de optimale referentiewaarden zijn
  • hoe je van een lage tot een optimale waarde kunt komen