Older Americans Are ‘Hooked’ on Vitamins

Oftewel: Oudere Amerikanen zijn ‘verslaafd’ aan vitaminen. (Hoe zou dat bij oudere Nederlanders zijn?)

Op gezette tijden verschijnen er berichten in de media over voedingssupplementen, door de scribenten vaak ‘vitaminepillen’ genoemd. Zij vinden dat het woord ‘pil’ een negatieve connotatie heeft. Want die berichten hebben altijd de teneur dat het onzin is, overbodig of zelfs gevaarlijk, of giftig is, en dat deze supplementen dure urine zouden produceren. Hoe duur de urine van medicijnen is, dat vraagt niemand zich kennelijk af. En dat het drinkwater al medicijnresten bevat, ach.

Deze keer gaat het over een artikel in The New York Times van 3 april 2018, met de titel zoals in het hoofd is vermeld. Sinds enige tijd probeer ik de antecedenten van de schrijver of schrijfster te achterhalen, om te kijken of er ook belangen meespelen. In dit geval is de schrijfster Liz Szabo, Kaiser Health News. Kaiser Health News (KHN) is a nonprofit news service covering health issues. It is an editorially independent program of the Kaiser Family Foundation that is not affiliated with Kaiser Permanente. En wie is Kaiser Permanente? Dat is een ziektekostenverzekeraar, waarbij 8,9 miljoen Amerikanen staan ingeschreven. Het consortium stelt 167.300 mensen te werk en beschikt over 37 ziekenhuizen en 611 medische praktijken. Bron: wikipedia. Denkend over een en ander, vroeg ik mij af: heeft een verzekeraar nu belang bij gezonde mensen of bij (chronisch) zieke mensen? Nu was laatst in het nieuws dat verzekeraars beleggen in farmaceutische bedrijven. En dat geeft te denken natuurlijk…

De Volkskrant (4 april 2018): ‘Pijnlijk en pervers’: verzekeraars beleggen in medicijnen en betalen vervolgens zelf de hoofdprijsZorgverzekeraars beleggen gezamenlijk voor enkele miljoenen euro’s in farmaceutische bedrijven die extreem hoge prijzen vragen voor hun medicijnen. Nederlandse zorgverzekeraars beleggen voor een bedrag van zo’n 15 miljard euro dus zou je kunnen zeggen dat het beleggingsbelang in de farmaceutische industrie niet zo groot is. Maar het gaat natuurlijk om het principe, of, zo je wilt, het idee. En dat is: geld verdienen. Mag. Is niks mis mee. Maar de conclusie moet zijn, dat een verzekeraar niet per se belang heeft bij een gezonde populatie. Het artikel in The New York Times is gebaseerd op een artikel in JAMA (Journal of the American Medical Association), gepubliceerd op 6 maart 2018. Pagina 1 is vrij in te zien, de rest moet je kopen. Het is geen klinische studie maar een commentary van de schrijvers. En die zien het niet zitten met voedingssupplementen. “Dietary supplementation is approximately a $30 billion industry in the United States, with more than 90,000 products on the market. In recent national surveys, 52% of US adults reported use of at least 1 supplement product, and 10% reported use of at least 4 such products. Vitamins and minerals are among the most popular supplements and are taken by 48% and 39% of adults, respectively, typically to maintain health and prevent disease”. Dertig miljard, dat lijkt best veel. Maar zet dit eens af tegen de farmaceutische omzet, die is 446 miljard dollar… Bovendien is de winstmarge vijftien keer zo groot. En daar komt nog iets anders bij. Diverse voedingssupplementen leveranciers zijn eigendom van de farmaceutische industrie. Bekend voorbeeld: Centrum. Zie je reclame van op TV. Hebben de kleine leveranciers geen geld voor. En nog een vraag: zouden deze leveranciers optimaal doseren? Het zou kunnen, natuurlijk. Maar als je met je ‘gewone’ producten vijftien keer zo veel kan verdienen…

Vitaminen en mineralen zijn geen medicijnen, maar ze worden wel als zodanig getest, voor zover dat al gebeurt. En dat dan ook nog in lage doseringen. In ‘Stille Slopers’ schrijf ik daar uitvoerig over. Dat het nooit wat oplevert op die manier. En dat het een gewenste uitkomst is… Daar komt bij dat vitaminen en mineralen met elkaar samenwerken, gecompliceerd genoeg om te testen, om niet te zeggen: onmogelijk. En medicijnen werken heel anders natuurlijk… Van de eerste pagina in JAMA neem ik nog dit over: “Regarding vitamin D, currently recommended intakes (from food or supplements) to maintain bone health are 600 IU/d for adults up to age 70 years and 800 IU/d for those older than 70 years. Some professional organisations recommend 1000 to 2000 IU/d, but it has been widely debated whether doses above the RDA offer additional benefits”. Dit gaat echt nergens over. Het is triest genoeg. Als je hoofdstuk 6* en 7** van ‘Stille Slopers’ hebt gelezen, krijg je heel wat meer ter zake doende informatie. De teneur van het stuk wordt het beste weergegeven door dit citaat: “Despite this enthusiasm (voor suppletie, WZ), most randomized clinical trials of vitamin and mineral supplements have not demonstrated clear benefits for primary or secondary prevention of chronic diseases not related to nutritional deficiency. Indeed, some trials suggest that micronutrient supplementation in amounts that exceed the RDA, eg. high doses of beta carotene, folic acid, Vitamin E or selenium – may have harmful effects, including increased mortality, cancer, and hemorrhagic stroke.” Let op de woorden suggest en may have. Daar lezen de meeste mensen overheen… Als je ‘Stille Slopers’ hebt gelezen, dan weet je hoe het echt zit met voedingssupplementen. En: met uitvoerige bronvermelding die je zelf ook kunt raadplegen.

Toch is er een kentering gaande. Drs. Toine de Graaf schreef daar een boek over: “De kracht van de alternatieven”. Maar ook steeds meer artsen gaan inzien dat de huidige protocollen en richtlijnen verstikkend werken. En dat zij in feite belemmerd worden om hun eigen inzichten in praktijk te brengen. Dat heeft onder meer geleid tot de oprichting van de Artsen Vereniging Integrale Geneeskunde (AVIG). De AVIG staat voor de bevordering van de integrale geneeskunde en de wetenschappelijke ontwikkeling daarvan.

Huisarts Tamara de Weijer (36) is de initiatiefneemster en voorzitter van de vereniging Arts en Voeding.
Op dinsdag 10 april 2018 publiceerde het AD over een hele pagina een interview met haar onder de titel “Huisarts weet te weinig over voeding”. Citaat: “Ik meen het uit de grond van mijn hart als ik zeg dat aanpassingen in onze leefstijl dé oplossing zijn” en “…ik zie dat een op de twee Nederlanders te zwaar is. Dat een miljoen mensen diabetes type 2 heeft, twee tot drie miljoen mensen chronische darmklachten heeft en twee miljoen maagzuurremmers slikt, ondanks alle bijwerkingen” en “Artsen werken graag met wetenschappelijk bewijs, maar ik zeg: kijk zelf naar wat er gebeurt als je vier weken gezonder leeft. Ik ben zes jaar geleden anders gaan eten, viel af en had geen last meer van mijn prikkelbare darm. Ik ben er een blijere huisarts van geworden.”. Om het citaatrecht niet te overschrijden, moet ik het hierbij laten. Ik voeg hier aan toe, dat eenmaal deze weg ingeslagen, de huisarts door metingen zal constateren, dat ondanks een andere – betere – leefstijl, er toch tekorten en disbalansen zullen zijn die met voedingssupplementen moeten worden opgelost.

Oh ja, voordat ik het vergeet: ik ben al twintig jaar ‘hooked’ aan mineralen- en vitaminensupplementen.

NB: Deze column is geïnspireerd door een nieuwsbrief van Carolyn Dean MD, ND, The Doctor of the Future®

* De schijn van het medicijn en het belang van de zon.
** Zonlicht en vitamine D, de herontdekking van de eeuw.

Stephen Hawking 1942–2018: een medisch raadsel?

Dat is wat de media je graag willen laten geloven, “een medisch raadsel”. De wereldberoemde theoretisch natuurkundige, wiskundige en kosmoloog leed aan ALS (amyotrophic lateral sclerosis), ook wel Lou Gehrig’s disease genoemd, of  MND (motor neurone disease). Het is een progressieve spierziekte waarbij steeds meer verlammingsverschijnselen optreden tot uiteindelijk ook de hartspier het begeeft. Hawking was een briljante wetenschapper, met een ongelooflijke wilskracht. Daaraan wordt door de media zijn relatief lange overleven toegeschreven. Terwijl de overlevingsprognoses variëren van zo’n twee tot tien jaar, leefde hij – na de diagnose op zijn 21ste – nog 55 jaar. Hoe is dat te verklaren?

Hawking zelf zei er dit over: “Maybe my variety is due to bad absorption of vitamins”. Dat bleek echter maar een deel van het verhaal te zijn. De vader van Hawking was arts en hevig gefrustreerd over de ‘behandeling’ van zijn zoon. Hij nam eind jaren zestig de behandeling over en adviseerde zijn zoon tot aan zijn dood in 1986. Hawking vulde dagelijks zijn voeding aan met mineralen en vitaminen supplementen, met extra aandacht voor zink, levertraancapsules, foliumzuur, vitamine B complex, vitamine B12, vitamine C en vitamine E. Hij volgde een glutenvrij dieet en vermeed de omega 6 oliën, die ons nog dagelijks worden aanbevolen voor bakken en braden, maar die ontstekingsbevorderend blijken te zijn. Ook at hij geen kant- en klaarproducten, vol met lichaamsvreemde stoffen. Daarnaast ontving hij ruimschoots fysiotherapie.

Dit is dus het verhaal dat door de media wordt genegeerd. Je kunt het allemaal nalezen in dit artikel van het British Medical Journal (BMJ) {BMJ. 2002 Jun 22; 324(7352): 1478}.

Nog vers in ons geheugen staat de spectaculaire “Ice Bucket Challenge”, waarmee geld voor onderzoek naar ALS werd gegenereerd door donaties van de deelnemers. Het leverde meer dan 100 miljoen dollar op voor wetenschappelijk onderzoek naar de ziekte. Verder hebben we er niet veel meer over gehoord en de patiëntenvereniging schrijft op haar website bij het overlijdensbericht: “Voor ALS is nog geen oplossing. Doneer daarom voor wetenschappelijk onderzoek naar de ziekte en draag bij aan onze belangrijke missie: ALS de wereld uit!

Recent (9 januari 2018 in het nieuws) besloot een van de grootste farmaceuten – Pfizer – het onderzoek naar een medicijn voor Alzheimer en Parkinson te staken. Jaren van duur onderzoek hadden niets opgeleverd. Bij die grote farmaceuten zitten natuurlijk geen domme jongens, die houden de literatuur goed bij. En daar valt te lezen dat deze ziekten multifactoriële aandoeningen zijn, en die kun je daarom niet met een pil oplossen. Leefstijl, voeding, voedingssupplementen; producten van graszaad (vooral tarwe) vermijden, en ook de bak- en braadoliën; meten van tekorten aan mineralen en vitaminen en deze tekorten aanvullen; disbalansen in de vetzuurhuishouding corrigeren, enzovoort.

Zoals een docent ooit zei in de klas: “Het is niet moeilijk, maar je moet het wel willen weten”.

Vitamine C, what else?

Vitamine C, what else? Dit is de titel van hoofdstuk 14 in mijn boek Stille Slopers. Ook in drie andere hoofdstukken wordt aandacht besteed aan deze onmisbare vitamine. Langzaam maar zeker begint het grote belang van vitamine C ook door te dringen bij artsen en behandelaars. Ik lees nu het volgende bericht: “Forse dosis vitamine C goed voor overlevenden hartstilstand“.

Een van de onderzoekers zegt dat er sterke aanwijzingen zijn dat vitamine C levens kan redden. En dat kan via een infuus. Daarmee kan tot 10 gram vitamine C per dag worden toegediend. Het Voedingscentrum vindt overigens nog steeds dat mensen genoeg hebben aan 75 milligram per dag …

Prof. Dr. Heleen Oudemans is de bedenker van het project. “Als vitamine C in een hoge dosis en direct via het infuus wordt gegeven, kunnen de antioxidante effecten enorm zijn” zegt zij.

Is dit allemaal nieuw? In het geheel niet! Lees Stille Slopers!

Alle mensen lijden aan een tekort aan vitamine C. Want vitamine C kunnen we niet zelf aanmaken, maar dieren (paar uitzonderingen daargelaten) wel. En dit is het punt: vitamine C is een behoefte afhankelijke vitamine, die mensen nooit in die mate via de voeding binnen kunnen krijgen. In het boek Stille Slopers leg ik dat allemaal uit. Dus aan hoeveel meer stress het organisme wordt blootgesteld, des te meer vitamine C nodig is. Dat kan wel oplopen tot 100 gram of meer per dag.

Lees het boek, raadpleeg de daarin genoemde bronnen en trek je eigen conclusies en laat je niet intimideren door de Katan’s en de Hertzberger’s van deze tijd. (Voor degene die niet weet wie dit zijn: voedingswetenschappers en microbiologen, die lijden aan cognitieve dissonantie.)

In Nederland zijn er trouwens al artsen die vitamine C infusen geven vóór dat een operatie plaatsvindt en ook erná. Met “mooie resultaten”, zoals een arts mij schreef. En in Amerika zijn er al behandelingen (bestaan al zo’n twintig jaar) waarbij de patiënt een vitamine C infuus krijgt gedúrende de behandeling.

Taaislijmziekte: oorzaak onbekend?

AD medicijn tegen taai slijm

Jan Greijn (63) is een van de oudste taaislijmziektepatiënten van Nederland. Dat is  bijzonder, want de meeste patiënten worden niet ouder dan dertig jaar. In een interview met het AD (8 juni 2017) zegt hij onder meer: “Negen jaar geleden ben ik verhuisd van hartje Rotterdam naar Bruinisse. Die frisse zoutige lucht, dat scheelt.” Maar waarom is hij in het nieuws? Omdat hij baat heeft bij een medicijn dat €170.000 per jaar kost. En dat is te veel voor vergoeding in het basispakket, zegt de Minister. Iedereen – ruime Kamermeerderheid – te hoop. De andere  kant van de medaille: de fabrikant is al jaren verlieslatend. Beurswaarde: 32 miljard dollar. Topman verdiende in 2016 totaal 17,4 miljoen dollar. Tja.

In het boek ‘Stille Slopers‘ (bladzijde 146) schrijf ik: “En dit terwijl al tientallen jaren miljarden dollars en euro’s worden besteed aan onderzoek. Dan krijg je toch het gevoel dat er iets niet klopt… Ik noemde dat een schrijnend voorbeeld. Nog steeds worden fondsen geworven om de oorzaak van taaislijmziekte (cystic fibrosis, ofwel mucoviscidosis) op te sporen. De oorzaak is echter al sinds 1978 bekend. Het blijkt een ernstig tekort aan selenium te zijn bij de moeder van het met de aandoening geboren kind en dus ook een tekort  aan selenium bij het kind. “A veterinarian for thirty years, Dr. Wallach, worked as a research veterinary pathologist with the National Institute of Health (NIH) at Emory University. Having discovered and identified the first animal models for cystic fibrosis in monkeys, he found that he could reproduce their condition at will, because it was caused by a nutritional deficiency. His findings offered great promise for children suffering with the debilitating disease. The only problem he didn’t anticipate, was the reaction from the Institute. Within twenty-four hours after he made his findings public, he was fired. NIH wasn’t interested in seeing their grants and other funding eliminated.

Het bewijs wordt door de gevestigde orde en de patiëntenverenigingen gewoonweg niet geaccepteerd. Want ja, de belangen, en dan ook nog eens een veearts… (de vergelijking met tandarts Weston A. Price dringt zich op). De ‘veearts’ die zich later tot een zeer breed geschoolde deskundige ontwikkelde is Joel D. Wallach. Hij schreef samen met Dr Ma Lan het boek: ‘Dead doctors don’t lie‘ (1999, derde editie 2011). Vanwaar deze titel? Je zou toch verwachten dat uitgerekend artsen zouden weten hoe gezond oud te moeten worden. Dat was kennelijk niet het geval. Ten tijde van het schrijven van zijn boek was de gemiddelde leeftijd van artsen in de Verenigde Staten veel lager dan dat van de gehele Amerikaanse bevolking. Wallach zelf, (pagina 314-315): “In 1978, I made the first universally accepted diagnosis of CF in a laboratory animal (rhesus monkeys). The diagnosis was based on characteristic CF changes in the pancreas and liver in baby monkeys. These were confirmed by CF experts from Johns Hopkins School of Medicine, Emory University, and the University of Chicago! Experts from NIH and the CF Foundation were overjoyed – that is untill they learned that I could reproduce the CF changes with a congenital selenium deficiency in almost any animal species. With this revelation, I was fired with 24 hours notice, and ‘blackballed’ from research. Just to show how ruthless they are, I was fired ten days after my wife died of cancer.

Droom en werkelijkheid

Droom
Trek had ik. Ging zitten aan een tafel waar net een gezelschap had ontbeten. Zat nog niet of de voormalige Majesteit schoof met een gemakkelijke stoel aan. Om mij gezelschap te houden, want zelf had ze al gegeten. Ik pakte een snee krentenbrood en wilde daar wat op smeren. “Dat doe ik”, zei ik tegen de voormalige Majesteit, “zodat het beleg beter plakt.” Dat was de niet onlogische gedachte van onze zoon toen hij nog klein was en voor het eerst de boterham zelf ging besmeren. “Wat gebruikt u zelf eigenlijk”, vroeg ik aan de voormalige Majesteit, “roomboter of margarine?” Prompt kwam het antwoord: “Wij gebruiken het allebei!”

Becel met roomboter

Werkelijkheid
Hoe kóm je erop! Een voor de hand liggende vraag, natuurlijk. De verklaring staat op bladzijde 24 van “Stille Slopers“. Daar schreef ik: “En in december 2015 werd ook Becel met roomboter gelanceerd”. Er staat op het pakje duidelijk met ROOMBOTER en de vervolgtekst luidt: “met een mix van zonnebloemolie, lijnzaadolie, koolzaadolie en roomboter“. Ook had ik geschreven dat de fabrikant bezig was om roomboter aan het margarinemerk Blue Band toe te voegen. Maar een oud-medewerker van de fabrikant wijst mij erop dat dit niet juist is: “De fabrikant voegt geen roomboter toe, maar roomboteraroma“. De omschrijvingen op de respectievelijke websites zijn mistig, mag ik het daar op houden?

Maar de belangrijkste vraag blijft natuurlijk: waaróm voegt de fabrikant roomboter – of zo je wilt roomboteraroma – toe aan de margarine?

Sepsis (bloedvergiftiging) overleven

Dr. Paul E. Marik, arts op de intensive care bij de Eastern Virginia Medical School deed zijn ontdekking bij toeval, toen hij een jonge patiënte behandelde die anders zou zijn overleden. Maar eerst: wat is sepsis? Wikipedia: “Bloedvergiftiging (wetenschappelijke benaming sepsis) is een ernstig, soms dodelijk verlopend ziektebeeld als gevolg van een infectie, die meestal wordt veroorzaakt door bacteriën of hun producten (toxinen). Het is een ontstekingsreactie van het hele lichaam als reactie op de betreffende infectie.

Hoe groot het probleem is kun je lezen op de site van de Sepsis Alliance. In de Verenigde Staten vallen er jaarlijks meer dan 250.000 doden door sepsis; wereldwijd meer dan acht miljoen mensen. Omgerekend naar bevolkingsaantal zou je dan voor Nederland op ongeveer 12.500 doden per jaar uitkomen. (volgens een artikel in het NTvG van sept. 2017 zou dat aantal lager liggen, zie het vervolg van deze column).

Maar hoe kwam dokter Marik op het idee? Hij had kort daarvoor over de genezings-potentie van vitamine C gelezen. Hij gaf de verpleging de opdracht om vitamine C in combinatie met hydrocortison intraveneus toe te dienen, in een desperate poging het leven van zijn patiënte te redden. En dat lukte. Vanaf dat moment heeft zijn ziekenhuis deze methode toegepast met enorm resultaat.  Voordat het protocol werd toegepast overleed 40% van de patiënten. Na toepassing nog 8,5%.

Via deze link kun je alle gewenste informatie zelf ophalen, maar toch geef ik hier het behandelprotocol weer, zodat je dat direct kan zien, want dit is wereldnieuws – al heb je dat nog in geen enkele krant kunnen lezen of op je scherm gezien.

Vitamin C: 1,5 g IV q 6 hourly for 4 days or until discharge from the ICU. Vitamin C is provided by the manufacturer as a 50 ml vial at a concentration of 500 mg/ml. Three (3) ml of vitamin C will be placed in a 100 ml bag of either dextrose 5% in water (D5W) or normal saline and infused over 60 minutes.
Hydrocortisone*: 50 mg IV push q 6 hourly for 6 days or until discharge from the ICU. Taper is not required. Optional dosing strategy: Hydrocortisone 50 mg bolus, followed by a 24-hour continuous infusion of 200 mg for 4 days.
Thiamine**: 200 mg IV q 12 hourly for 4 days or until discharge from the ICU. Intravenous thiamine (200 mg) was placed in a piggyback in 50 ml of either D5W or normal saline and administered as a 15-minute infusion.

* Hydrocortison (cortisol) is een bijnierschorshormoon.
** Thiamine is vitamine B1.

Het is de combinatie van vitamine C en hydrocortison die alleen al werkt. Later is daar vitamine B1 (thiamine) aan toegevoegd, omdat  thiamine de cellen helpt om vitamine C te absorberen en ook omdat patiënten er vaak een tekort aan lijken te hebben.

Ik voeg daar aan toe dat tekorten aan vitaminen en mineralen veel meer voorkomen dan men ons wil laten geloven, vandaar ‘Stille Slopers‘. Ik heb in hoofdstuk 11 (Scheurbuik), hoofdstuk 12 (Helden van de twintigste eeuw), hoofdstuk 13 (De opvolger, de hypothese en het bewijs) en hoofdstuk 14 (Vitamine C, what else?) aandacht aan vitamine C besteed. Geef deze informatie door aan je arts en/of aan familie, vrienden en bekenden die met sepsis worden geconfronteerd. Want je moet niet denken dat dit protocol zomaar omarmd zal worden in de wereld. Zo werkt het niet. Je krijgt eerst te maken met de bekende weerstanden, zoals negeren, scepsis, ontkenning, niet bewezen verklaren, verdacht maken, verzin het maar. Nee, voordat dit protocol wereldwijd zal worden geaccepteerd, daar gaat nog wel een generatie overheen. Ja, zo’n twintig jaar… En, wat ik niet uitsluit, is, dat belanghebbenden dit van de agenda zullen proberen te krijgen. Want de behandeling is goedkoop, slechts zo’n zestig dollar in de VS…

Ik merk hierbij nog op, dat de doseringen van vitamine C relatief laag zijn (vier maal 1,5 gram), zeker in vergelijking met die zoals deze onder meer worden toegepast door dokter Levy en de Riordan Clinic (meer daarover in hoofdstuk 14 van ‘Stille Slopers‘). Daar geeft men infusen van 50 gram en meer. De vraag is dan ook of een infuus met alleen vitamine C in een hogere dosering niet hetzelfde resultaat zou hebben opgeleverd als met het protocol van Marik werd bereikt. Dit klemt temeer, nu in het ‘Nederlands tijdschrift voor Geneeskunde’ (NtvG) een artikel verscheen (30 mei 2017), waaruit de conclusie zou kunnen worden getrokken dat hydrocortison alléén – hoewel controversieel – niet de oplossing is.

Update 14 september 2017: Bovengenoemde Dr Paul E. Marik is een van de – vele – sprekers op de ‘Diet and Optimum Health Conference’ van het Linus Pauling Institute, Oregon State University, Corvallis, Oregon (13 – 16 september 2017). Citaat: “The conference will highlight internationally renowned speakers with innovative approaches to improving health, and an entire day dedicated to Dr. Pauling’s legacy – the use of intravenous vitamin C in cancer and sepsis”(nadruk WZ). Was getekend:

  • Maret G. Traber, Ph.D., Ava Helen Pauling, Professor College of Public Health & Human
  • Fred Stevens. Ph.D., Director Linus Pauling Institute, Professor of Pharmaceutical Sciences College of Pharmacy

Het gehele programma kan hier bekeken worden. Toch haal ik in het kader van deze column over SEPSIS het volgend even naar voren:

IV VITAMIN C THERAPY IN SEPSIS
Chair: Margreet Vissers, PhD, University of Otago, Christchurch, New Zealand

Nu wil het toeval dat het ‘Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde’ uitgave september 2017 een artikel heeft gepubliceerd, met als titel “Sepsis: nieuwe inzichten, nieuwe definitie”. Over vitamine C geen woord…

Citaat: “De incidentie van sepsis stijgt onder meer door vergrijzing van de bevolking, toenemend gebruik van immuunsuppressiva en antibioticaresistentie. De overleving van patiënten met sepsis is sterk verbeterd, mede door de steeds beter wordende zorg op de IC en implementatie van evidencebased richtlijnen”. Laten we eens kijken hoe dat zit. Citaat: “Jaarlijks worden in Nederland circa 13.000 patiënten opgenomen met ernstige sepsis volgens de oude definitie, van wie er naar schatting (nadruk WZ) 3.500 overlijden in het ziekenhuis (dat is ongeveer 27%, WZ). “Nederlandse gegevens laten zien dat gemiddeld 39% van de patiënten binnen 1 jaar na de septische episode is overleden” (Dat zijn ongeveer 5.000 mensen, WZ). “Ook geeft sepsis tot zeker twee jaar na ontslag uit het ziekenhuis een verhoogd risico op vroegtijdig overlijden”.

Ik breng de lezer in herinnering dat er bij Dr Marik, na invoering van het vitamine C protocol, nog slechts een sterftepercentage was van 8,5 procent. In ‘Stille Slopers’ kun je lezen hoe je zelf je vitamine C status op kan (laten) voeren tot het gewenste niveau, altijd in overleg met een arts natuurlijk!

Update 11 oktober 2017: In maart 2017 gaf Dr Marik een interview, zie de video hieronder (duur 13 minuut 37s). Als YouTube er een reclamevenster doorheen zet kunt u dat met het kruisje wegklikken.

Hieronder het wetenschappelijke verhaal van Dr. Marik (duur 54 minuut 42s)

Update 28 april 2018 – Doctor, your septic patients have scurvy! Marik en Hooper geven commentaar op een Nieuw Zeelandse publicatie. Hier is het artikel uit Critical Care.

Regeneratieve geneeskunde

Hartfalen, nierfalen en versleten tussenwervelschijven. Dit soort aandoeningen moet het lichaam in de toekomst zelf kunnen genezen. Topwetenschappers van de TU/e, Universiteit Maastricht, en uit Utrecht (UMC Utrecht, Hubrecht Instituut en Universiteit Utrecht) gaan hiervoor intelligente biomaterialen ontwikkelen die het zelfherstellende vermogen van het lichaam activeren en sturen.” Aldus een persbericht op 8 mei 2017 van de Universiteit Eindhoven.

Fantastisch toch? Vooral voor al die onderzoekers? Want jaren interessant werk voor de boeg! En: mogelijk het verkrijgen van octrooien die commercieel best wel aantrekkelijk zouden kunnen worden.

Nu heb ik altijd in de veronderstelling geleefd dat het organisme, ons lichaam, mits aan de voorwaarden is voldaan zoals ik in ‘Stille Slopers‘ heb beschreven, al een zelfgenezend systeem ís, zoals vader en moeder natuur dat hebben ontworpen. En dat het dus in de eerste plaats gaat om het voorkómen van ‘dit soort aandoeningen‘. Hoe? Door een optimale voeding en leefstijl. De onderzoekers gaan dit aspect kennelijk buiten beschouwing laten. De laatste zin van het persbericht vraagt nog wel de aandacht: “Ook belangrijk is de doelstelling om de vindingen uit het programma uiteindelijk via bedrijven naar de markt te brengen, zodat patiënten, de maatschappij en de economie er baat bij hebben.” In het slot van deze zin ontbreekt: “de onderzoekers”.

Bewuste breindoping

Doping is van alle tijden, hoewel ik dit niet wetenschappelijk kan bewijzen… Bewuste breindoping is echter meer van de laatste tijd. “Studenten gebruiken op grote schaal ADHD-medicijnen afkomstig van vrienden of studiegenoten om beter te kunnen studeren. Dit blijkt uit een peiling door het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Het instituut vraagt aandacht voor de handel in concentratieverhogende middelen als Ritalin en Concerta en roept op tot betere voorlichting over de nadelen van het gebruik. Uit de peiling onder ruim 400 studenten blijkt dat één op de vier studenten methylfenidaat, de werkzame stof uit de ADHD-medicatie, gebruikt zonder dat ze dat door een arts hadden voorgeschreven gekregen. Tachtig procent van hen doet dit om de studieprestaties te verbeteren. Een klein deel gebruikt het tijdens het uitgaan.”

Lees hier verder over de levendige Ritalinhandel bij studenten. “De bijwerkingen: hart- en vaataandoeningen, depressie, angst, zelfmoordneigingen, en slapeloosheid worden veel gemeld.” De (bij)werking primaire pulmonale hypertensie met plotseling doodvallen tot gevolg – dat staat er niet bij. En dat gebeurt bij studenten, maar ook bij jonge sporters. Als doodsoorzaak wordt dan bijvoorbeeld aangegeven: aangeboren hartafwijking. Dat kun je bij de oudere doodvallende gebruikers van methylphenidaat natuurlijk niet meer volhouden, dat ze een aangeboren hartafwijking hadden. Lees het artikel over ADHD-fraude van apotheker Haesbrouck.

Ritalientje?

Een CBG-nieuwsbericht van 24-04-2017: “Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) heeft met zorg kennis genomen van de meest recente cijfers over bijwerkingen van methylfenidaat bij volwassenen met ADHD. Methylfenidaat is de werkzame stof in ondermeer Ritalin en Concerta. Gebruik door volwassenen is niet goedgekeurd door het CBG vanwege onder meer een verhoogd risico op cardiovasculaire (hart- en vaatziekten) en psychische bijwerkingen“. Het is om te huilen, mensen. Want voor kinderen zou dat spul onschadelijk zijn?

De Belgische ziekenhuis-apotheker  Fernand Haesbrouck waarschuwt al jaren tegen het almaar toenemende gebruik van methylfenidaat, vooral bij kinderen en jonge mensen. Hier zijn nieuwsbrief nummer 1040. Ja, je leest het goed, nummer duizendveertig.

Na even verder graven op de site van het CBG komen we op de “Samenvatting van de productkenmerken” van Ritalin. Daar word je niet vrolijk van, laat ik het daar maar op houden…

En dan te bedenken dat ADHD helemaal niet bestaat, althans niet is aan te tonen. Afkruisen van een puntenlijstje, that’s all. Uit overwegingen van pedagogisch comfort is het natuurlijk heerlijk als die lastige kinderen lekker rustig – want gedrogeerd – zijn. En die schade aan hun hersenen? Ach, dat zien we later wel.

UPDATE dd 24 januari 2019

De NOS komt op 24 januari 2019 met dit bericht:

“Forse daling in gebruik van ADHD-medicijn Ritalin” [1]
‘Het aantal minderjarigen dat ADHD-medicatie zoals Ritalin gebruikt, is vorig jaar fors afgenomen. Het gaat om medicijnen waar de werkzame stof methylfenidaat in zit. Al sinds 2015 neemt het gebruik van dat middel af, maar vorig jaar nog eens extra. Dat blijkt uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen [2], die NOS Stories heeft opgevraagd”.

En inderdaad, als je op de site gaat kijken blijkt er een gestage daling gaande te zijn. Waarschijnlijk op grond van een in 2014 uitgebracht advies van de Gezondheidsraad en mede doordat “artsen en psychiaters terughoudender zijn geworden met het voorschrijven van medicatie bij lichte en milde ADHD. Bijvoorbeeld omdat er nog maar weinig bekend is over de langetermijn effecten ervan, laat de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) weten” [3].

Over die korte- en langetermijn -verwoestende- effecten heeft de Belgische apotheker Fernand Haesbrouck een boek volgeschreven, nog afgezien van de honderden blogs over dit onderwerp [4]

Maar waar het mij hier om gaat is te laten zien hoe selectief zo’n nieuwsbericht wordt gepresenteerd. Want wat lezen we op de site van de Stichting Farmaceutische Kengetallen?

“Ook dexamfetamine heeft een plaats in de medicamenteuze behandeling van ADHD. Sommige patiënten reageren daar namelijk beter op dan op methylfenidaat. Het aantal gebruikers van dexamfetamine is in 2017 wel toegenomen. De groei bedroeg in 2017 ongeveer 1400 personen op een totaal van 33.000 (+4,3%). Bij dit middel nam net als bij methylfenidaat het aantal gebruikers in de leeftijdsgroep van 6 tot en met 15 jaar licht af”.

De toename van het dexamfetamine gebruik wordt in het bericht van de NOS geheel weggelaten …

Bronnen en Verdieping

[1] https://nos.nl/op3/artikel/2268765-forse-daling-in-gebruik-van-adhd-medicijn-ritalin.html

[2] https://www.sfk.nl/publicaties/PW/2018/minder-gebruikers-in-2017-van-adhd-middel-methylfenidaat

[3] https://www.nvvp.net/cms/showpage.aspx?id=1400

[4] https://www.haesbrouck.be

UPDATE 25 januari 2019

Een vriend attendeerde mij op het bestaan van deze informatieve website van gebruikers, dexamfetamine.nl

Daar voeg ik voor het evenwicht informatie van de Jellinek kliniek aan toe: “Wanneer je dexamfetamine (recreatief) gebruikt, is dat nooit helemaal zonder risico. Dexamfetamine is namelijk een upper. Je hart gaat er sneller van kloppen, je bloeddruk stijgt, je krijgt het warmer en je eetlust vermindert. Hierdoor loop je een risico op hartritmestoornissen. Daarnaast kun je somberheid of angst ervaren, wanneer de dexamfetamine is uitgewerkt. Voor mensen met ADHD is dexamfetamine een medicijn, maar voor anderen (zonder recept) is het gewoon een recreatieve drug (zoals amfetamine of MDMA)”

“Voor mensen met ADHD is dexamfetamine een medicijn”…

Patatje mét

Als ik de jaarlijkse friettest van het AD mag geloven (22 april 2017), dan worden de frietjes steeds verser en lekkerder, wat blijkt uit het feit dat de eerste 77 plaatsen in het klassement worden ingenomen door verse-friet bakkers. Helaas blijven er aan het eten van friet ook nadelen kleven.

De discussie richt zich onder meer op het wel of niet schillen van het meest bespoten product: de aardappel. Nu laat ik ook de olie waarin gefrituurd wordt maar even buiten beschouwing en richt me op acrylamide. Het AD: “Acrylamide is een stofje dat in levensmiddelen ontstaat als de in het product aanwezige suikers verbranden, bijvoorbeeld door frituren. Hoe bruiner de friet, hoe meer verbrande suikers.  De hoeveelheid acrylamide varieert per aardappelsoort. Of een aardappel een goede frietaardappel is, kan van de hoeveelheid acrylamide afhangen. In een studie van enkele jaren geleden concludeerde de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid EFSA dat acrylamide een gevaar voor de volksgezondheid kan betekenen. De stof wordt ervan verdacht kankerverwekkend te zijn. Sindsdien geldt het advies niet boven 175 graden te frituren en niet te donker af te bakken. De levensmiddelenindustrie gaat uit van het principe ‘zo laag als redelijkerwijs haalbaar’.

Eén maatregel daarbij is het blancheren van de aardappel. Alle grote producenten gebruiken deze techniek. Punt is wel dat daardoor ook de specifieke aardappelsmaak afneemt. Ook de Rotterdamse aardappelgroothandel H.G. Heezen vraagt vanuit zijn (vak)kennis met klem om aandacht voor de problematiek rondom acrylamide. “Het selecteren van de juiste frietaardappel is een van de factoren om acrylamide in friet te verminderen. Aardappelrassen die zich lenen voor biologische landbouw zijn helaas minder geschikt als frietaardappel, waardoor genoemde  acrylamidevorming hier in sterkere mate aanwezig is en vaak goed zichtbaar is bij een biologisch frietje”. Heezen wil waarschuwen tegen wat hij noemt ‘de verheerlijking van bruin gebakken friet’. “Of deze biologisch is of niet maakt geen verschil”.

Alles bij elkaar lijkt het niet onverstandig met mate van een patatje te genieten. Patatje mét? Nog matiger! Lees er ook over in hoofdstuk 6 van Stille Slopers: Brood, daar zit wat in!?