Droom en werkelijkheid

Droom
Trek had ik. Ging zitten aan een tafel waar net een gezelschap had ontbeten. Zat nog niet of de voormalige Majesteit schoof met een gemakkelijke stoel aan. Om mij gezelschap te houden, want zelf had ze al gegeten. Ik pakte een snee krentenbrood en wilde daar wat op smeren. “Dat doe ik”, zei ik tegen de voormalige Majesteit, “zodat het beleg beter plakt.” Dat was de niet onlogische gedachte van onze zoon toen hij nog klein was en voor het eerst de boterham zelf ging besmeren. “Wat gebruikt u zelf eigenlijk”, vroeg ik aan de voormalige Majesteit, “roomboter of margarine?” Prompt kwam het antwoord: “Wij gebruiken het allebei!”

Becel met roomboter

Werkelijkheid
Hoe kóm je erop! Een voor de hand liggende vraag, natuurlijk. De verklaring staat op bladzijde 24 van “Stille Slopers“. Daar schreef ik: “En in december 2015 werd ook Becel met roomboter gelanceerd”. Er staat op het pakje duidelijk met ROOMBOTER en de vervolgtekst luidt: “met een mix van zonnebloemolie, lijnzaadolie, koolzaadolie en roomboter“. Ook had ik geschreven dat de fabrikant bezig was om roomboter aan het margarinemerk Blue Band toe te voegen. Maar een oud-medewerker van de fabrikant wijst mij erop dat dit niet juist is: “De fabrikant voegt geen roomboter toe, maar roomboteraroma“. De omschrijvingen op de respectievelijke websites zijn mistig, mag ik het daar op houden?

Maar de belangrijkste vraag blijft natuurlijk: waaróm voegt de fabrikant roomboter – of zo je wilt roomboteraroma – toe aan de margarine?

Sepsis (bloedvergiftiging) overleven

Dr. Paul E. Marik, arts op de intensive care bij de Eastern Virginia Medical School deed zijn ontdekking bij toeval, toen hij een jonge patiënte behandelde die anders zou zijn overleden. Maar eerst: wat is sepsis? Wikipedia: “Bloedvergiftiging (wetenschappelijke benaming sepsis) is een ernstig, soms dodelijk verlopend ziektebeeld als gevolg van een infectie, die meestal wordt veroorzaakt door bacteriën of hun producten (toxinen). Het is een ontstekingsreactie van het hele lichaam als reactie op de betreffende infectie.

Hoe groot het probleem is kun je lezen op de site van de Sepsis Alliance. In de Verenigde Staten vallen er jaarlijks meer dan 250.000 doden door sepsis; wereldwijd meer dan acht miljoen mensen. Omgerekend naar bevolkingsaantal zou je dan voor Nederland op ongeveer 12.500 doden per jaar uitkomen. (volgens een artikel in het NTvG van sept. 2017 zou dat aantal lager liggen, zie het vervolg van deze column).

Maar hoe kwam dokter Marik op het idee? Hij had kort daarvoor over de genezings-potentie van vitamine C gelezen. Hij gaf de verpleging de opdracht om vitamine C in combinatie met hydrocortison intraveneus toe te dienen, in een desperate poging het leven van zijn patiënte te redden. En dat lukte. Vanaf dat moment heeft zijn ziekenhuis deze methode toegepast met enorm resultaat.  Voordat het protocol werd toegepast overleed 40% van de patiënten. Na toepassing nog 8,5%.

Via deze link kun je alle gewenste informatie zelf ophalen, maar toch geef ik hier het behandelprotocol weer, zodat je dat direct kan zien, want dit is wereldnieuws – al heb je dat nog in geen enkele krant kunnen lezen of op je scherm gezien.

Vitamin C: 1,5 g IV q 6 hourly for 4 days or until discharge from the ICU. Vitamin C is provided by the manufacturer as a 50 ml vial at a concentration of 500 mg/ml. Three (3) ml of vitamin C will be placed in a 100 ml bag of either dextrose 5% in water (D5W) or normal saline and infused over 60 minutes.
Hydrocortisone*: 50 mg IV push q 6 hourly for 6 days or until discharge from the ICU. Taper is not required. Optional dosing strategy: Hydrocortisone 50 mg bolus, followed by a 24-hour continuous infusion of 200 mg for 4 days.
Thiamine**: 200 mg IV q 12 hourly for 4 days or until discharge from the ICU. Intravenous thiamine (200 mg) was placed in a piggyback in 50 ml of either D5W or normal saline and administered as a 15-minute infusion.

* Hydrocortison (cortisol) is een bijnierschorshormoon.
** Thiamine is vitamine B1.

Het is de combinatie van vitamine C en hydrocortison die alleen al werkt. Later is daar vitamine B1 (thiamine) aan toegevoegd, omdat  thiamine de cellen helpt om vitamine C te absorberen en ook omdat patiënten er vaak een tekort aan lijken te hebben.

Ik voeg daar aan toe dat tekorten aan vitaminen en mineralen veel meer voorkomen dan men ons wil laten geloven, vandaar ‘Stille Slopers‘. Ik heb in hoofdstuk 11 (Scheurbuik), hoofdstuk 12 (Helden van de twintigste eeuw), hoofdstuk 13 (De opvolger, de hypothese en het bewijs) en hoofdstuk 14 (Vitamine C, what else?) aandacht aan vitamine C besteed. Geef deze informatie door aan je arts en/of aan familie, vrienden en bekenden die met sepsis worden geconfronteerd. Want je moet niet denken dat dit protocol zomaar omarmd zal worden in de wereld. Zo werkt het niet. Je krijgt eerst te maken met de bekende weerstanden, zoals negeren, scepsis, ontkenning, niet bewezen verklaren, verdacht maken, verzin het maar. Nee, voordat dit protocol wereldwijd zal worden geaccepteerd, daar gaat nog wel een generatie overheen. Ja, zo’n twintig jaar… En, wat ik niet uitsluit, is, dat belanghebbenden dit van de agenda zullen proberen te krijgen. Want de behandeling is goedkoop, slechts zo’n zestig dollar in de VS…

Ik merk hierbij nog op, dat de doseringen van vitamine C relatief laag zijn (vier maal 1,5 gram), zeker in vergelijking met die zoals deze onder meer worden toegepast door dokter Levy en de Riordan Clinic (meer daarover in hoofdstuk 14 van ‘Stille Slopers‘). Daar geeft men infusen van 50 gram en meer. De vraag is dan ook of een infuus met alleen vitamine C in een hogere dosering niet hetzelfde resultaat zou hebben opgeleverd als met het protocol van Marik werd bereikt. Dit klemt temeer, nu in het ‘Nederlands tijdschrift voor Geneeskunde’ (NtvG) een artikel verscheen (30 mei 2017), waaruit de conclusie zou kunnen worden getrokken dat hydrocortison alléén – hoewel controversieel – niet de oplossing is.

Update 14 september 2017: Bovengenoemde Dr Paul E. Marik is een van de – vele – sprekers op de ‘Diet and Optimum Health Conference’ van het Linus Pauling Institute, Oregon State University, Corvallis, Oregon (13 – 16 september 2017). Citaat: “The conference will highlight internationally renowned speakers with innovative approaches to improving health, and an entire day dedicated to Dr. Pauling’s legacy – the use of intravenous vitamin C in cancer and sepsis”(nadruk WZ). Was getekend:

  • Maret G. Traber, Ph.D., Ava Helen Pauling, Professor College of Public Health & Human
  • Fred Stevens. Ph.D., Director Linus Pauling Institute, Professor of Pharmaceutical Sciences College of Pharmacy

Het gehele programma kan hier bekeken worden. Toch haal ik in het kader van deze column over SEPSIS het volgend even naar voren:

IV VITAMIN C THERAPY IN SEPSIS
Chair: Margreet Vissers, PhD, University of Otago, Christchurch, New Zealand

Nu wil het toeval dat het ‘Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde’ uitgave september 2017 een artikel heeft gepubliceerd, met als titel “Sepsis: nieuwe inzichten, nieuwe definitie”. Over vitamine C geen woord…

Citaat: “De incidentie van sepsis stijgt onder meer door vergrijzing van de bevolking, toenemend gebruik van immuunsuppressiva en antibioticaresistentie. De overleving van patiënten met sepsis is sterk verbeterd, mede door de steeds beter wordende zorg op de IC en implementatie van evidencebased richtlijnen”. Laten we eens kijken hoe dat zit. Citaat: “Jaarlijks worden in Nederland circa 13.000 patiënten opgenomen met ernstige sepsis volgens de oude definitie, van wie er naar schatting (nadruk WZ) 3.500 overlijden in het ziekenhuis (dat is ongeveer 27%, WZ). “Nederlandse gegevens laten zien dat gemiddeld 39% van de patiënten binnen 1 jaar na de septische episode is overleden” (Dat zijn ongeveer 5.000 mensen, WZ). “Ook geeft sepsis tot zeker twee jaar na ontslag uit het ziekenhuis een verhoogd risico op vroegtijdig overlijden”.

Ik breng de lezer in herinnering dat er bij Dr Marik, na invoering van het vitamine C protocol, nog slechts een sterftepercentage was van 8,5 procent. In ‘Stille Slopers’ kun je lezen hoe je zelf je vitamine C status op kan (laten) voeren tot het gewenste niveau, altijd in overleg met een arts natuurlijk!

Update 11 oktober 2017: In maart 2017 gaf Dr Marik een interview, zie de video hieronder (duur 13 minuut 37s). Als YouTube er een reclamevenster doorheen zet kunt u dat met het kruisje wegklikken.

Hieronder het wetenschappelijke verhaal van Dr. Marik (duur 54 minuut 42s)

Update 28 april 2018 – Doctor, your septic patients have scurvy! Marik en Hooper geven commentaar op een Nieuw Zeelandse publicatie. Hier is het artikel uit Critical Care.

Regeneratieve geneeskunde

Hartfalen, nierfalen en versleten tussenwervelschijven. Dit soort aandoeningen moet het lichaam in de toekomst zelf kunnen genezen. Topwetenschappers van de TU/e, Universiteit Maastricht, en uit Utrecht (UMC Utrecht, Hubrecht Instituut en Universiteit Utrecht) gaan hiervoor intelligente biomaterialen ontwikkelen die het zelfherstellende vermogen van het lichaam activeren en sturen.” Aldus een persbericht op 8 mei 2017 van de Universiteit Eindhoven.

Fantastisch toch? Vooral voor al die onderzoekers? Want jaren interessant werk voor de boeg! En: mogelijk het verkrijgen van octrooien die commercieel best wel aantrekkelijk zouden kunnen worden.

Nu heb ik altijd in de veronderstelling geleefd dat het organisme, ons lichaam, mits aan de voorwaarden is voldaan zoals ik in ‘Stille Slopers‘ heb beschreven, al een zelfgenezend systeem ís, zoals vader en moeder natuur dat hebben ontworpen. En dat het dus in de eerste plaats gaat om het voorkómen van ‘dit soort aandoeningen‘. Hoe? Door een optimale voeding en leefstijl. De onderzoekers gaan dit aspect kennelijk buiten beschouwing laten. De laatste zin van het persbericht vraagt nog wel de aandacht: “Ook belangrijk is de doelstelling om de vindingen uit het programma uiteindelijk via bedrijven naar de markt te brengen, zodat patiënten, de maatschappij en de economie er baat bij hebben.” In het slot van deze zin ontbreekt: “de onderzoekers”.

Bewuste breindoping

Doping is van alle tijden, hoewel ik dit niet wetenschappelijk kan bewijzen… Bewuste breindoping is echter meer van de laatste tijd. “Studenten gebruiken op grote schaal ADHD-medicijnen afkomstig van vrienden of studiegenoten om beter te kunnen studeren. Dit blijkt uit een peiling door het Instituut voor Verantwoord Medicijngebruik (IVM). Het instituut vraagt aandacht voor de handel in concentratieverhogende middelen als Ritalin en Concerta en roept op tot betere voorlichting over de nadelen van het gebruik. Uit de peiling onder ruim 400 studenten blijkt dat één op de vier studenten methylfenidaat, de werkzame stof uit de ADHD-medicatie, gebruikt zonder dat ze dat door een arts hadden voorgeschreven gekregen. Tachtig procent van hen doet dit om de studieprestaties te verbeteren. Een klein deel gebruikt het tijdens het uitgaan.”

Lees hier verder over de levendige Ritalinhandel bij studenten. “De bijwerkingen: hart- en vaataandoeningen, depressie, angst, zelfmoordneigingen, en slapeloosheid worden veel gemeld.” De (bij)werking primaire pulmonale hypertensie met plotseling doodvallen tot gevolg – dat staat er niet bij. En dat gebeurt bij studenten, maar ook bij jonge sporters. Als doodsoorzaak wordt dan bijvoorbeeld aangegeven: aangeboren hartafwijking. Dat kun je bij de oudere doodvallende gebruikers van methylphenidaat natuurlijk niet meer volhouden, dat ze een aangeboren hartafwijking hadden. Lees het artikel over ADHD-fraude van apotheker Haesbrouck.

Ritalientje?

Een CBG-nieuwsbericht van 24-04-2017: “Het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) heeft met zorg kennis genomen van de meest recente cijfers over bijwerkingen van methylfenidaat bij volwassenen met ADHD. Methylfenidaat is de werkzame stof in ondermeer Ritalin en Concerta. Gebruik door volwassenen is niet goedgekeurd door het CBG vanwege onder meer een verhoogd risico op cardiovasculaire (hart- en vaatziekten) en psychische bijwerkingen“. Het is om te huilen, mensen. Want voor kinderen zou dat spul onschadelijk zijn?

De Belgische ziekenhuis-apotheker  Fernand Haesbrouck waarschuwt al jaren tegen het almaar toenemende gebruik van methylfenidaat, vooral bij kinderen en jonge mensen. Hier zijn nieuwsbrief nummer 1040. Ja, je leest het goed, nummer duizendveertig.

Na even verder graven op de site van het CBG komen we op de “Samenvatting van de productkenmerken” van Ritalin. Daar word je niet vrolijk van, laat ik het daar maar op houden…

En dan te bedenken dat ADHD helemaal niet bestaat, althans niet is aan te tonen. Afkruisen van een puntenlijstje, that’s all. Uit overwegingen van pedagogisch comfort is het natuurlijk heerlijk als die lastige kinderen lekker rustig – want gedrogeerd – zijn. En die schade aan hun hersenen? Ach, dat zien we later wel.

UPDATE dd 24 januari 2019

De NOS komt op 24 januari 2019 met dit bericht:

“Forse daling in gebruik van ADHD-medicijn Ritalin” [1]
‘Het aantal minderjarigen dat ADHD-medicatie zoals Ritalin gebruikt, is vorig jaar fors afgenomen. Het gaat om medicijnen waar de werkzame stof methylfenidaat in zit. Al sinds 2015 neemt het gebruik van dat middel af, maar vorig jaar nog eens extra. Dat blijkt uit cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen [2], die NOS Stories heeft opgevraagd”.

En inderdaad, als je op de site gaat kijken blijkt er een gestage daling gaande te zijn. Waarschijnlijk op grond van een in 2014 uitgebracht advies van de Gezondheidsraad en mede doordat “artsen en psychiaters terughoudender zijn geworden met het voorschrijven van medicatie bij lichte en milde ADHD. Bijvoorbeeld omdat er nog maar weinig bekend is over de langetermijn effecten ervan, laat de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP) weten” [3].

Over die korte- en langetermijn -verwoestende- effecten heeft de Belgische apotheker Fernand Haesbrouck een boek volgeschreven, nog afgezien van de honderden blogs over dit onderwerp [4]

Maar waar het mij hier om gaat is te laten zien hoe selectief zo’n nieuwsbericht wordt gepresenteerd. Want wat lezen we op de site van de Stichting Farmaceutische Kengetallen?

“Ook dexamfetamine heeft een plaats in de medicamenteuze behandeling van ADHD. Sommige patiënten reageren daar namelijk beter op dan op methylfenidaat. Het aantal gebruikers van dexamfetamine is in 2017 wel toegenomen. De groei bedroeg in 2017 ongeveer 1400 personen op een totaal van 33.000 (+4,3%). Bij dit middel nam net als bij methylfenidaat het aantal gebruikers in de leeftijdsgroep van 6 tot en met 15 jaar licht af”.

De toename van het dexamfetamine gebruik wordt in het bericht van de NOS geheel weggelaten …

Bronnen en Verdieping

[1] https://nos.nl/op3/artikel/2268765-forse-daling-in-gebruik-van-adhd-medicijn-ritalin.html

[2] https://www.sfk.nl/publicaties/PW/2018/minder-gebruikers-in-2017-van-adhd-middel-methylfenidaat

[3] https://www.nvvp.net/cms/showpage.aspx?id=1400

[4] https://www.haesbrouck.be

UPDATE 25 januari 2019

Een vriend attendeerde mij op het bestaan van deze informatieve website van gebruikers, dexamfetamine.nl

Daar voeg ik voor het evenwicht informatie van de Jellinek kliniek aan toe: “Wanneer je dexamfetamine (recreatief) gebruikt, is dat nooit helemaal zonder risico. Dexamfetamine is namelijk een upper. Je hart gaat er sneller van kloppen, je bloeddruk stijgt, je krijgt het warmer en je eetlust vermindert. Hierdoor loop je een risico op hartritmestoornissen. Daarnaast kun je somberheid of angst ervaren, wanneer de dexamfetamine is uitgewerkt. Voor mensen met ADHD is dexamfetamine een medicijn, maar voor anderen (zonder recept) is het gewoon een recreatieve drug (zoals amfetamine of MDMA)”

“Voor mensen met ADHD is dexamfetamine een medicijn”…

Patatje mét

Als ik de jaarlijkse friettest van het AD mag geloven (22 april 2017), dan worden de frietjes steeds verser en lekkerder, wat blijkt uit het feit dat de eerste 77 plaatsen in het klassement worden ingenomen door verse-friet bakkers. Helaas blijven er aan het eten van friet ook nadelen kleven.

De discussie richt zich onder meer op het wel of niet schillen van het meest bespoten product: de aardappel. Nu laat ik ook de olie waarin gefrituurd wordt maar even buiten beschouwing en richt me op acrylamide. Het AD: “Acrylamide is een stofje dat in levensmiddelen ontstaat als de in het product aanwezige suikers verbranden, bijvoorbeeld door frituren. Hoe bruiner de friet, hoe meer verbrande suikers.  De hoeveelheid acrylamide varieert per aardappelsoort. Of een aardappel een goede frietaardappel is, kan van de hoeveelheid acrylamide afhangen. In een studie van enkele jaren geleden concludeerde de Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid EFSA dat acrylamide een gevaar voor de volksgezondheid kan betekenen. De stof wordt ervan verdacht kankerverwekkend te zijn. Sindsdien geldt het advies niet boven 175 graden te frituren en niet te donker af te bakken. De levensmiddelenindustrie gaat uit van het principe ‘zo laag als redelijkerwijs haalbaar’.

Eén maatregel daarbij is het blancheren van de aardappel. Alle grote producenten gebruiken deze techniek. Punt is wel dat daardoor ook de specifieke aardappelsmaak afneemt. Ook de Rotterdamse aardappelgroothandel H.G. Heezen vraagt vanuit zijn (vak)kennis met klem om aandacht voor de problematiek rondom acrylamide. “Het selecteren van de juiste frietaardappel is een van de factoren om acrylamide in friet te verminderen. Aardappelrassen die zich lenen voor biologische landbouw zijn helaas minder geschikt als frietaardappel, waardoor genoemde  acrylamidevorming hier in sterkere mate aanwezig is en vaak goed zichtbaar is bij een biologisch frietje”. Heezen wil waarschuwen tegen wat hij noemt ‘de verheerlijking van bruin gebakken friet’. “Of deze biologisch is of niet maakt geen verschil”.

Alles bij elkaar lijkt het niet onverstandig met mate van een patatje te genieten. Patatje mét? Nog matiger! Lees er ook over in hoofdstuk 6 van Stille Slopers: Brood, daar zit wat in!?

Gezonde geiten (?) en de Q-koorts

Geiten zijn heel gezonde dieren – in hun natuurlijke omgeving. Iets anders wordt het wanneer deze dieren met duizenden tegelijk in megastallen worden (op)gefokt. De geitencyclus draait op volle toeren. Wat dat is? Ondernemers krijgen tot drie keer zoveel geld voor geitenmelk als voor koemelk. En het ANP meldt (18 april 2017): “Geitenmelk, geitenkaas en geitenyoghurt winnen aan populariteit. Volgens de Nederlandse Geiten Zuivel Organisatie (NGZO) is er vorig jaar 300 miljoen kilo geitenmelk geproduceerd. In 2000 was dat nog 75 miljoen kilo.” Dus wat doen ondernemers? Die gaan nog meer investeren in geitenbedrijven.

En dan – in 2007 – breekt de Q-koorts uit, veroorzaakt door een bacterie die de geiten bij zich dragen en overdraagbaar is op mensen. Er vallen doden, er raken mensen geïnvalideerd. Megastallen worden ‘geruimd’, dat betekent dat die dieren massaal worden afgemaakt. Maar ‘we‘ hebben een oplossing gevonden: verplicht  vaccineren. Is dat waterdicht? Ook bij een mutatie van de bacterie? En ondervinden die beesten daar geen nadelige gevolgen van? En wat kost dat allemaal? Want: niet iedereen wordt er toch ziek van? Nee, en waarom niet?

Omdat sommige mensen een goede weerstand hebben en andere niet. En die laatsten worden het slachtoffer. Collateral Damage, wordt geaccepteerd. Slachtoffers hebben zich verenigd en procederen tegen de staat. Tot nu toe verloren. Op 20 april 2017 om 18.33 uur krijgt het ANP in de gaten dat ze de kinderombudsvrouw Margrite Kalverboer (what’s in a name…) in hun bericht van 13.47 uur nog ombudsman genoemd hebben. Zij sprak met zeven patiënten tussen de elf en achttien jaar: “Het was indrukwekkend. Ze zijn niet alleen moe, maar lijden aan migraine, voelen zich misselijk en zijn vaak overprikkeld, wat een beetje lijkt op ADHD. Daar bovenop komt dat ze een onduidelijk perspectief hebben: kunnen ze wel of niet naar school, kunnen ze een opleiding aan, hoe komen ze aan een baan en wat vertellen ze een werkgever?” Volgens Kalverboer zien sommige jongeren de toekomst zo somber in dat ze er depressief van worden. Ze stuiten nog vaak op onbegrip, zegt ze.

De Q-koortsproblematiek speelt dus nu al tien jaar! Zoals ik hiervoor schreef: de geitencyclus draait op volle toeren. En dat betekent dat er op enig moment overproductie zal ontstaan met kelderende prijzen, dat er subsidie regelingen in het leven worden geroepen, dat er uitkoopregelingen worden bedacht, enzovoort. Je kunt er op wachten. De sector is inmiddels zo groot geworden, dat als het fout gaat, de problemen niet meer beheersbaar lijken. Oud-GGD arts Jos van der Sande zegt dan ook: “Het is onbegrijpelijk dat wij toelaten dat er grote stallen gebouwd worden, en ook nog eens in deze hoeveelheid.

Update 16 juni 2017: Het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) publiceerde op 16 juni 2017 dit bericht: “Vaker longontstekingen in de buurt van veehouderijen“. Met name gaat het over geitenhouderijen en pluimveehouderijen.

Update 23 juni 2017: Op 22 juni 2017 publiceerde het AD over twee pagina’s een artikel: “10 Jaar Q-koorts, een stille ramp“. De krant schrijft: “Uiteindelijk zouden in Nederland naar schatting misschien wel 100.000 mensen besmet raken. Het grootste deel werd niet ziek of genas vrij snel. Maar zo’n 800 tot 1000 mensen bleven chronisch moe en ontwikkelden het Q-koortsvermoeidheidssyndroom (QVS). Daarnaast zijn er nog eens honderden mensen bekend die chronische Q-koorts hebben. Vaak gaat het om mensen uit risicogroepen. Van de mensen die overlijden aan Q-koorts heeft het grootste deel de chronische variant. Volgens een database van het Universitair Medisch Centrum Utrecht zijn zeker 74 mensen overleden. Het is aannemelijk dat het er in werkelijkheid (veel) meer geweest zijn. Er waren en zijn immers ook chronische Q-koortspatiënten die nooit een diagnose hebben gehad.” Het is een grof schandaal: bestuurlijk (bagatelliseren) en medisch onvermogen. Lees eens het boek van dokter Thomas Levy: “Het ongeneeslijke genezen“. Het Brabants Dagblad heeft een project – het Q-koorts Monument – opgezet van interviews met 20 nabestaanden.

Update 24 juni 2017: De apen komen langzaam uit de mouwen. Roel Coutinho, hoogleraar Life Sciences, voorheen directeur infectieziekten-bestrijding van het RIVM, zegt in een interview met De Gelderlander op 23 juni 2017 onder meer: “Er wordt altijd wel gezegd: volksgezondheid staat voorop. Maar in de praktijk is dat niet meteen zo. Er waren economische belangen, daar moet je eerlijk over zijn. De afweging is dan: nu ingrijpen of nóg beter uitzoeken hoe het zit. Zo was het ook bij de Q-koorts. En ja, er is een politiek-bestuurlijke afweging gemaakt die achteraf grote nadelige gevolgen heeft gehad voor de Q-koortspatiënten. Dat is hard, maar waar.” De toenmalige landbouw-minister Gerda Verburg (CDA) hield zich voor de journalist onbereikbaar. En de toenmalige gezondheid-minister Ab Klink (CDA) stelde tegenover de journalist dat de huidige minister staatsrechtelijk verantwoordelijk is ‘voor het beleid van toen en de gevolgen ervan‘.

Update 15 juli 2017: Er komt toch “een vorm van tegemoetkoming” voor Q-koortspatiënten. Het demissionaire kabinet reserveert daar 10 miljoen euro voor en kondigde vrijdag 14 juli 2017 aan ook een begin te maken met het uitwerken van een regeling. “Het kabinet is zich er zeer van bewust dat Q-koorts grote gevolgen heeft gehad: mensen zijn ernstig ziek geworden, zelfs overleden. Het kabinet wil komen tot een vorm van tegemoetkoming als gebaar ter erkenning van de grote gevolgen die Q-koortspatiënten hebben ondervonden“. Lees hier het gehele bericht.

Update 19 augustus 2017: Historica Dr. (Dr. per 21/9/2017) A.F. Haalboom publiceerde in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) een artikel onder de titel: “Was de uitbraak van Q-koorts een verrassing?” (08-2017). Hieruit citeer ik het volgende:

Historisch onderzoek laat zien dat Nederland gedurende de 20ste eeuw steeds op dezelfde manier is omgegaan met zoönosen* die bij productiedieren voorkomen. Het landbouwdomein had het primaat bij de bestrijding van deze ziekten. Het volksgezondheidsdomein verkreeg weliswaar een secundaire verantwoordelijkheid, maar die bleek ontoereikend om de bevolking tegen zoönosen te beschermen.”

De macht van het ‘groene front’ is weliswaar afgenomen en het belang van de humane gezondheid is in het maatschappelijke debat juist toegenomen, maar toch hebben de volksgezondheidsautoriteiten niet meer zeggenschap gekregen over de bestrijding van zoönosen.”

Aan de ene kant won gezondheid aan belang in de publieke opinie. Maar aan de andere kant kregen infectieziekten -die de gehele bevolking bedreigden- in de jaren negentig minder prioriteit dan de individuele gezondheidszorg en de daaraan gekoppelde kostendiscussies en medisch-ethische kwesties. Ook de institutionele positie van de veterinaire volksgezondheid verzwakte, bijvoorbeeld door het verdwijnen in 1997 van de Veterinaire Hoofdinspectie, die ressorteerde onder de minister van VWS. Desondanks verliep de bestrijding van BSE** in Nederland probleemloos, omdat volksgezondheids- en exportbelangen dit keer niet haaks op elkaar stonden, maar om dezelfde drastische bestrijdingsmaatregelen vroegen.”

Idealiter zijn het niet alleen belangenbehartigers en deskundigen die over de machtsverhoudingen tussen landbouw (veeteelt) en volksgezondheid beslissen, maar ook burgers: zij zijn de potentiële slachtoffers van uitbraken van zoönosen. Maar is dat mogelijk, zolang we niet weten welke uitbraak de volgende is?

* Zoönosen zijn infectieziekten die van (productie)dier op mens worden overgedragen.
** BSE: gekkekoeienziekte.

Aan het einde van het artikel verwijst Dr. Haalboom naar het op 22 september 2017 te houden symposium “One Health: verleden, heden en toekomst van zoönosen”, voorlopig programma:

Voorlopig programma symposium 22 september 2017

Update 31 augustus 2017: Provincie Gelderland neemt spoedbesluit: geen enkele uitbreiding meer van de geitenhouderij. Dit met het oog op de volksgezondheid. Zie dagblad Trouw.

En natuurlijk roept dit weerstand op bij belanghebbenden, zie Boerderij en  de reacties bij het artikel. Wil je meer informatie hierover, dan is de zoekmachine aangewezen!

Update 23 maart 2018: Het Radboudumc in Nijmegen is er volgens een bericht op de website (22 maart 2018)  – alleen in het Engels, godbetert, mogen de getroffenen het niet lezen? – trots op, dat de resultaten van hun Q-koorts onderzoek wijdverspreid door de media onder de aandacht zijn gebracht. En wat heeft dat onderzoek uiteindelijk opgeleverd? Epidemioloog Ellen van Jaarsveld zegt er dit van: “Wij kunnen niet zeggen dat behandelen geen effect heeft, maar als de getroffenen niet waren behandeld had het er waarschijnlijk niet beter uitgezien”. Kromspraak in optima forma, vind ik. Bij patiënten met chronische Q-koorts nemen de klachten met de jaren toe. Het lijkt een progressieve ziekte te zijn. En verder ben ik van mening dat een optimale behandeling niet heeft plaatsgevonden. In mijn boek ‘Stille Slopers’ leg ik een en ander uit. Wel promoveert iemand op het onderzoek. Dat is Stephan Keijmel natuurlijk van harte gegund. Zou niemand op het idee komen zich af te vragen hoe je het immuunsysteem van deze in de steek gelaten mensen zou kunnen versterken en hun weerstand zou kunnen vergroten?

Update 2 februari 2019: Voor de ontwikkelingen in dit dossier verwijs ik verder naar de website van Q-uestion Stichting voor mensen met Q-koorts.  

Methaan manipulatie

Op bladzijde 8 van Stille Slopers beschrijf ik dat de agrarische lobby erin geslaagd is om de methaanuitstoot buiten de nieuwe Europese richtlijn (2016) te houden.

Klimaatjournalist Han van de Wiel heeft zich een half jaar verdiept in de uitstoot van het gevaarlijke broeikasgas methaan. Nederland stoot veel meer broeikasgas uit dan de overheid beweert. Hier leest u zijn onthullende artikel dd 18 april 2017.

Tennis en Tarwe

Een sportbericht op NU.nl dd 7 april 2017: “Geslaagde rentree Djokovic in Davis Cup”.

Die Djokovic, die was al eens eerder in het nieuws met gezondheidsproblemen. Wat was er aan de hand? Preventiecardioloog William Davies schreef er in het voorwoord van het boek van Djokovic “Eten om te winnen” het volgende over:

Ondanks de hindernissen die hij moest overwinnen (de oorlog in het voormalige Joegoslavië, WZ), werd deze kampioen toch bijna gevloerd door iets. Dat iets was moderne tarwe. (…) De finale tegen Rafael Nadal bij de Australian Open van 2012 was een heel ander verhaal. Djokovic speelde soepel, zelfverzekerd en hij beheerste de wedstrijd. In één woord briljant. Hoe was die transformatie mogelijk? Heel eenvoudig. Djokovic had de hindernissen om mentaal en fysiek te pieken weggenomen door precies het tegenovergestelde te doen wat een conventioneel voedingsadvies voorschrijft: hij schrapte de ‘gezonde volle granen’ uit zijn dieet. (…) Hoe kan het schrappen van een alomtegenwoordig deel van het menselijk dieet – tarwe zit in vrijwel al het voorbewerkte voedsel – de prestaties van een atleet naar nieuwe hoogten stuwen, zodat hij zijn mentale en lichamelijke potentieel volledig kan benutten? Dat is precies de vraag die ik (Davies, WZ) de laatste jaren van mijn loopbaan heb willen begrijpen: waarom kan moderne tarwe, het product van genetische manipulatie door genetici en de landbouwindustrie, mentale en lichamelijke prestaties schaden ongeacht iemands talent, vermogen of drive? Ik heb het in ontstellende mate zien gebeuren. Moderne tarwe kan de spijsvertering aantasten, waardoor kwalen ontstaan, van brandend maagzuur  tot colitis ulcerosa en andere maag- en darmklachten. Het kan ontstekingen veroorzaken (stijve gewrichten en pijn) en auto-immuunziekten (reumatoïde artritis en de ziekte van Hashimoto). Het kan psychiatrische aandoeningen zoals paranoia en schizofrenie aan het licht brengen of verergeren en gedragsproblemen en leerbeperkingen bij kinderen met een autisme-spectrumstoornis veroorzaken. Het kan voor gewichtstoename zorgen, vooral rond de buik, door het unieke eetlustopwekkende effect, waardoor zelfs sporters die acht uur per dag trainen overgewicht krijgen. Het kan sportprestaties verslechteren door een van bovengenoemde en vele andere aandoeningen te veroorzaken, met daar bovenop nog een ‘wattig’ gevoel in het hoofd, vermoeidheid en hormonale verstoringen en het kan uiteindelijk een lichamelijke en emotionele achtbaan veroorzaken, die iedereen, op elk moment kan treffen.” Aldus cardioloog Davies.

In hoofdstuk 6 van Stille Slopers ‘Brood, daar zit wat in!?’ lees je er meer over. En in hoofdstuk 15 ‘De vreetzame drietrapsraket’ lees je de uitweg!

Helft mensen chronisch ziek

In Stille Slopers (hoofdstuk 1: Hoe blijft een mens gezond?!) staat dat volgens het RIVM het aantal chronisch zieke mensen zal stijgen van vijf miljoen in 2015 naar zeven miljoen in 2030. Van die zeven miljoen zullen drie miljoen mensen twee of meer chronische ziekten hebben.

Deze enorme stijging van twee miljoen chronisch zieke mensen – in zo’n relatief korte tijd van vijftien jaar – zou toch tot enige verontrusting moeten leiden, zou je zeggen. Maar: wel of niet chronisch ziek, alles hangt natuurlijk af van je definities. Dat blijkt maar weer uit deze overheidswebsite, waaraan het volgende ontleend is.

Niet alle mensen met een chronische ziekte komen daarvoor jaarlijks bij de huisarts. Zou je die wél meetellen, dan hadden op 1 januari 2014 – schrik niet – 8,2 miljoen mensen één of meer chronische ziekten. Gedefinieerd als ‘over het algemeen geen uitzicht op volledig herstel’. De helft van de bevolking! En nog verontrustender: “Toch ligt de prevalentie onder personen jonger dan 40 jaar ook al rond de 30%”.

Hoog tijd om geïnformeerd te raken en zonodig je leefstijl aan te passen, zoals in het boek Stille Slopers wordt beschreven!